De Belgische onderzoeker Maarten Roeffaers van de Katholieke Universiteit Leuven heeft de eerste prijs in de DSM Science & Technology Awards (North) 2008 gewonnen. De keuze van de internationale jury onder voorzitterschap van DSM Chief Technology Officer dr. Jos Put viel op dr. Maarten Roeffaers, die is gepromoveerd aan de Katholieke Universiteit Leuven (België), voor zijn proefschrift getiteld ‘Heterogeneous Catalysis: a fluorescence microscopic study’. Maarten Roeffaers heeft pionierswerk verricht op het gebied van de toepassing van fluorescentiemicroscopie in katalyse-onderzoek. Met zijn innovatieve benadering is hij erin geslaagd diverse stappen van de complexe katalytische cyclus te ontrafelen die voorheen niet toegankelijk waren met andere technieken, waardoor efficiëntere en ‘groenere’ katalysatorsystemen mogelijk zijn geworden. Zijn werk zal bijdragen aan de ontwikkeling van efficiënte chemische processen en daarmee aan een duurzamere economie. Maarten Roeffaers ontving de prijs uit handen van Jan Zuidam, plaatsvervangend voorzitter van de Raad van Bestuur van DSM. Als winnaar van de eerste prijs ontvangt hij tevens een geldbedrag van EUR 7500.
De winnaar van de tweede prijs, Rolf Koole van de Universiteit Utrecht, ontvangt een geldbedrag van EUR 5000, en de winnaar van de derde prijs, Dorota Rozkiewicz van de Universiteit Twente, een geldbedrag van EUR 2500. De overige zes laureaten ontvangen elk EUR 1250.
De DSM Science & Technology Awards (North) maken deel uit van het DSM Innovation Awards Program dat door het DSM Innovation Center wordt gesponsord. De prijzen worden toegekend voor uitmuntend promotieonderzoek door promovendi uit Nederland, België en de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen.
De prijzen werden dit jaar uitgereikt in Kasteel St. Gerlach in Valkenburg op 3 juni. In zijn toespraak zei de heer Zuidam: ‘Het indrukwekkende werk dat deze jonge wetenschappers nu al hebben laten zien versterkt mijn vertrouwen in de toekomst. Fundamenteel onderzoek en effectieve samenwerking met universiteiten zijn van wezenlijk belang voor onze innovaties en dus ook voor onze toekomst.’

