*May 28, 2008 11:16 am

Minister Gerda Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft samen met Sigmar Gabriel, de Duitse minister van Milieu, Natuur en Nucleaire Veiligheid, en Troels Lund Poulsen, de Deense minister van Milieu, een intentieverklaring ondertekend over samenwerking voor de Waddenzee.

Met deze ondertekening benadrukken de drie ministers het belang van grensoverschrijdende samenwerking in dit belangrijke natuurgebied. De bedoeling van de verklaring is dat de organisatie van de samenwerking door de drie Waddenzeelanden verder wordt verbeterd. Hiertoe moet onder andere een zogeheten Wadden Sea Board worden opgericht. Met de ondertekening van de intentieverklaring wordt ook de Joint Declaration uit 1978 vernieuwd.

De trilaterale samenwerking voor de Waddenzee tussen Denemarken, Duitsland en Nederland is dertig jaar geleden ontstaan. Met de start van het nominatieproces voor de Unesco Werelderfgoedlijst begin februari 2008 heeft de samenwerking er een belangrijk onderwerp bij gekregen.

De basis van de inzet van minister Verburg voor de grensoverschrijdende samenwerking is duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het behoud van het unieke open landschap. Daarnaast vindt Verburg dat de Waddenzee ook kansen biedt voor economische ontwikkeling en duurzaam medegebruik door mensen zoals visserij, recreatie, scheepvaart en havens.

De ondertekening van de intentieverklaring vond plaats en marge van de negende Conferentie van Partijen bij het Biodiversiteitsverdrag van de Verenigde Naties in Bonn, Duitsland.

* 8:53 am

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bepaald dat het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland een deel van de bezwaren tegen de milieuvergunning van Corus opnieuw moet bekijken. De Raad van State heeft verder bepaald dat tot die tijd de normen die de provincie voor de uitstoot van onder meer zware metalen in de milieuvergunning heeft opgenomen, blijven gelden. Dit blijkt uit een uitspraak van de Raad van State van vandaag (28 mei 2008). Onder meer de stichting Natuur en Milieu en de Milieufederatie Noord-Holland hadden beroep aangetekend tegen de milieuvergunning die het provinciebestuur in januari 2007 aan Corus had verleend. Natuur en Milieu en de Milieufederatie vinden onder andere dat Corus te veel zware metalen uitstoot.

Volgens de Raad van State had het provinciebestuur in de vergunning strengere normen moeten opnemen voor de uitstoot per jaar van een aantal zware metalen zoals cadmium en arseen, omdat de toegestane uitstoot hoger is dan Corus jaarlijks nodig heeft. Zowel de uitstoot per uur als per jaar van een aantal andere zware metalen, waaronder chroom, is ten onrechte helemaal niet aan een maximum gebonden, aldus de hoogste bestuursrechter.

Verder had het provinciebestuur onderzoek moeten (laten) doen naar het gebruik van een zogenoemd ‘doekfilter’ in een van de fabrieken van Corus. Een dergelijk filter kan de uitstoot van stof - en daarmee ook van zware metalen die zich aan stof hechten - aanzienlijk beperken. Ook had het provinciebestuur moeten onderzoeken wat de gevolgen zijn van het bijstoken met afvalstoffen. Het is nu niet duidelijk in hoeverre dat bijstoken bijdraagt aan de uitstoot van zware metalen, aldus de Raad van State.

Gevolg van de uitspraak is onder meer dat het provinciebestuur alsnog onderzoek moet laten doen naar het gebruik van een doekfilter in een van de fabrieken van Corus en naar de gevolgen van het bijstoken met afvalstoffen voor de uitstoot van zware metalen. De Raad van State heeft in zijn uitspraak bepaald dat de normen die in de vergunning zijn opgenomen voor de uitstoot van onder meer zware metalen blijven gelden totdat het provinciebestuur een nieuw besluit heeft genomen. Dit betekent dat Corus in deze periode zijn activiteiten mag voortzetten. Corus moet zich dan wel houden aan de normen uit de vergunning. De Raad van State heeft deze maatregel getroffen om ervoor te zorgen dat Corus aan duidelijke normen moet voldoen. De Raad van State heeft hierbij ook de belangen van de verschillende partijen afgewogen. Het provinciebestuur krijgt 20 weken de tijd om een nieuw besluit te nemen over die delen van de milieuvergunning die vernietigd zijn. Totdat het provinciebestuur een nieuw besluit heeft genomen mag Corus niet meer bijstoken met afvalstoffen.

Tegen de uitspraak van de Raad van State is geen hoger beroep mogelijk.

* 8:31 am

Eén op de veertig inwoners van Nederland woonde in 2006 op een plaats waar te veel fijn stof in de lucht voorkwam. Fijn stof is schadelijk voor de gezondheid. De overschrijding van de Europese norm voor fijn stof komt vooral voor in het westen van het land. In de gemeente Rotterdam hebben naar verhouding de meeste inwoners last van te veel fijn stof. Dit blijkt uit berekeningen van het CBS en het Planbureau voor de Leefomgeving.

De grootste overlast van fijn stof doet zich voor in een klein aantal gemeenten. Dit zijn vaak gemeenten met veel industrie en havens. Daarnaast komt fijn stof meer voor in enkele landbouwgebieden in Noord-Brabant en Limburg. Ten slotte komt fijn stof in verhoogde concentraties voor langs drukke verkeerswegen in het hele land. Slechts in acht gemeenten is het aandeel inwoners dat aan te veel fijn stof wordt blootgesteld hoger dan het landelijke gemiddelde. In ongeveer 400 gemeenten hebben minder dan 200 inwoners te maken met een te hoge concentratie fijn stof.

Eén op de honderd inwoners van Nederland woonde in een omgeving met te veel stikstofdioxide in de lucht. Ook voor stikstofdioxide zijn Europese normen om de gezondheidsrisico’s te beperken. Concentraties boven deze normen komen vooral voor op plaatsen met veel industrie en langs drukke wegen in het hele land. Ook hier zijn er acht gemeenten waar het aandeel inwoners dat aan een te hoge concentratie stikstofdioxide wordt blootgesteld hoger is dan het landelijke gemiddelde. Bovenaan de lijst van deze acht gemeenten staat Amsterdam, daarna volgen Rotterdam, Utrecht en Den Haag.

Ruim 150 duizend inwoners van Nederland ondervinden last van zowel te veel fijn stof als te veel stikstofdioxide. Dat komt neer op ongeveer 1 procent van de bevolking. Doordat verkeer en industrie belangrijke bronnen zijn voor zowel fijn stof als stikstofdioxide, komen overschrijdingen van beide normen vaak tegelijk voor. In Amsterdam woonde bijna de helft van het aantal inwoners met last van beide luchtvervuilingen. Nog eens 60 duizend inwoners van Rotterdam, Utrecht en Den Haag samen woonden op een plek met te veel luchtvervuiling.